Begrip voor Rusland, tot hoe ver?

In de afgelopen weken heb ik op deze website twee Engelse stukken gepost over de huidige relaties tussen Rusland en het westen. In het eerste, ‘No Cold War II’ van 16 september 2014, verdedigde ik de door het westen tegen Rusland uitgevaardigde sancties op grond van Moskou’s rechtstreekse militaire interventie in Oekraïne en zijn flagrante pogingen het land te destabiliseren. Ik voegde daar echter aan toe dat de maatregel ons belang beter zou dienen als zij gepaard kon gaan met enig teken van begrip van onze kant voor Ruslands klassieke vrees voor omsingeling door het westen. Wat ons werkelijk bedreigde was niet het Russische gedrag in Oekraïne waarop onze sancties het antwoord vormden, maar het groeiende gevoel van wederzijds wantrouwen tussen Rusland en het westen.

In het tweede stuk, ‘Reactions to No Cold War II’ van 5 oktober 2014, ging ik in op de kritische reacties van lezers die het eerste stuk had opgeroepen. Wat het vooral moest ontgelden waren mijn woorden: ‘Russia has a point.’ Ik legde uit dat ‘having a point’ voor mij niet hetzelfde was als volledig gelijk hebben. Daarom bleef ik bij mijn standpunt dat het westen een deel van de verantwoordelijkheid droeg voor de deplorabele stand van zijn betrekkingen met Rusland. Om dit nader toe te lichten citeerde ik uit een artikel van Jack Matlock, Amerikaans ambassadeur in de Sovjet-Unie van 1987 tot 1991, en een essay van Mary Elise Sarotte, auteur van ‘The Struggle to Create Post-Cold War Europe’ (Princeton University Press, 2014). Beide stukken stellen vast dat, Russische beweringen van het tegendeel ten spijt, het westen nooit heeft beloofd dat het de grenzen van de NAVO zou bevriezen, maar ook dat het westen – door onnadenkendheid of volgens plan – Rusland in het Europa van na de Koude Oorlog naar de marge had gedrukt.

Al schrijvende stuitte ik op de hieronder volgende brief van Frits Bolkestein, gepubliceerd in de Volkskrant van 8 februari  1997:

***

Uitbreiding NAVO schaadt stabiliteit Europa

Uitbreiding van de NAVO roept de gevaren op die zij juist wenst te bezweren. De spanningen in Europa zullen erdoor toenemen….

FRITS BOLKESTEIN

‘IN OORLOG: vastberadenheid. Bij nederlaag: verzet. Na overwinning: grootmoedigheid. In vrede: goede wil’. Dat is het motto dat Winston Churchill zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog meegaf.

De Koude Oorlog was een strijd die de Sovjet-Unie overduidelijk heeft verloren. Welke vorm moet onze grootmoedigheid nemen? Welke lange-termijnverhouding met Rusland moet West-Europa nastreven?

Michaël Gorbatsjov, die andere staatsman, zei eens: ‘Wie vrede wil bewaren, moet de veiligheid van de tegenstander als even belangrijk als de zijne leren zien’.

Rusland is door een traumatische periode gegaan. Dat proces is nog lang niet ten einde. Het imperium is uiteengevallen. De Russische grenzen van nu zijn die van vóór Katharina de Grote. Vooral het verlies van de Oekraïne, waar de oorsprong van Rusland ligt, doet pijn.

Het Rode Leger, dat een groot leger was, is er slecht aan toe, zoals tijdens de oorlog in Tsjetsjenië is gebleken. De economie is ontwricht. De oude nomenklatura wordt de nouveau riche. De mafia rukt op. Niet alleen Boris Jeltsin, geheel Rusland is een geval voor de intensive care.

Rusland ziet er nu uit als had het de Tweede Wereldoorlog verloren: verkleind, verdeeld, arm en in verwarring. Veel toonaangevende Russen voelen zich hierdoor gekwetst in hun trots en eer.

De invloedssfeer in Oost-Europa is in zijn tegendeel verkeerd. In Azië wordt Rusland geconfronteerd met de ontluikende macht van China. In het Zuiden met de Tsjetsjeense afscheidingsbeweging, de Iraanse fundamentalisten en de radicale Taliban.

Is dit het ogenblik om de Russen te vernederen en in een hoek te drijven door de NAVO uit te breiden tot aan de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie? Hebben wij niets geleerd van het Versailles-Diktat?

Het heeft weinig zin te zeggen dat de NAVO een defensieve organisatie is, want zo zien de Russen haar nu eenmaal niet. Zij zien de NAVO als een militair bondgenootschap dat tegen Moskou is gericht. En dat is zij natuurlijk ook. Tegen wie anders? De NAVO is geen tennisclub.

Was de toestand in 1947 de huidige geweest – een verslagen Rusland, een ongedeeld Duitsland, een welvaren en integrerend West-Europa – niemand zou er aan hebben gedacht de NAVO op te richten.

Dat is geen argument om de NAVO nu maar af te schaffen, want zij blijft de enige goed functionerende internationale militaire organisatie, essentieel voor vredesoperaties als in Bosnië: out of area of out of business. Maar het onderstreept de ongerijmdheid van de uitbreiding.

In geen eeuwen is de geopolitieke positie van Polen zo onomstreden geweest als nu. Niet alleen is het Rode Leger onmachtig, de Oekraïne is een grote bufferstaat geworden. Ook voor Slowakije, Hongarije en Roemenië.

Voor het eerst in zijn historie is de Oekraïne onafhankelijk. Uitbreiding van de NAVO zou de Russen er toe brengen hun druk op Oekraïne te vergroten. Sluimerende pro-Russische krachten daar zouden zich gesteund voelen in hun streven naar toenadering tot Moskou. Wij mogen Moskou geen vetomacht over de uitbreiding geven. Maar evenmin mag Warschau een veto over de niet-uitbreiding hebben.

De Polen afwijzen is moeilijk. Maar nog veel moeilijker zal het zijn hen in de NAVO op te nemen om vervolgens de Baltische staten buiten de deur te houden. Want die staten ook opnemen houdt niemand voor wenselijk. Zij zijn militair onverdedigbaar. Bovendien hebben zij tot de Sovjet-Unie behoord – wat van Polen niet kan worden gezegd – en zijn zij dus voor Moskou extra gevoelig.

Uitbreiding van de NAVO zal de stabiliteit van Europa niet vergroten, maar verkleinen. Rusland heeft ratificatie van het ontwapeningsverdrag voor strategische wapens (Start-2) uitgesteld. Een nieuw verdrag over ballistische raketten (ABM) is naar de ijskast verwezen.

Het ontwapeningsverdrag voor conventionele strijdkrachten (CSE) is gesloten in het licht van het vroeger heersende Europese wapenevenwicht. Uitbreiding van de NAVO verstoort dat evenwicht. Dus willen de Russen het CSE wijzigen. Rusland zal zich op zijn minst gedwongen voelen zijn strijdkrachten te versterken. Dat geld is bitter hard voor zijn economische ontwikkeling nodig. Westerse kredieten verstrekken is niet consistent met de uitbreiding.

Wij hebben de medewerking van Moskou nodig in Bosnië, om de uitvoer van nucleair materiaal tegen te gaan, in Iran en om het internationaal terrorisme te bestrijden. Die medewerking zal door de uitbreiding niet worden versterkt.

Welke problemen zal de NAVO importeren? ‘Een kunstmatige scheiding van Hongarije en Roemenië bij toelating tot de NAVO zal extremistische krachten in beide landen aanwakkeren’. Aldus waarschuwde de Roemeense minister van Buitenlandse Zaken Theodor Melescanu (NRC Handelsblad, 23-10-1996). Moet Roemenië er dan maar bij? Wil West-Europa werkelijk betrokken raken bij een dispuut tussen Roemenië en de Oekraïne om Moldavië? Zou het Roemeense lidmaatschap de veiligheid van West-Europa werkelijk vergroten?

Turkije heeft gewaarschuwd dat het toetreding van Oost-Europese landen tot de NAVO zal blokkeren totdat de Europese Unie heeft verklaard Turkije als lidstaat te zullen aanvaarden. Dit laatste moet de EU nooit doen. De Turkse bevolking is te talrijk en te arm, de cultuur en vooral de godsdienst zijn te verschillend en de Turkse gemeenschappen in Duitsland en Nederland zullen als een magneet de migratie aanwakkeren. Allemaal onnodige problemen. Die hebben wij al genoeg. Het Indiase spreekwoord luidt: ‘Wie zich in een brandend bos bevindt, gaat niet schreeuwen om de aandacht van de tijger te trekken.’

Wie wil de uitbreiding eigenlijk, afgezien van de Oost-Europese regeringen? Vooral de Amerikanen. Op 23 oktober 1996 sprak president Clinton in Detroit, waar veel van de ethnic voters wonen. Dat was tijdens zijn verkiezingscampagne. Hij pleitte toen voor opname van de Oost-Europeanen. Om het verband goed duidelijk te maken, bezocht hij na afloop het Poolse Village Cafi.

Hoe denken de gewone mensen in Oost-Europa er over? Polen zal zijn militaire begroting de komende vijf jaar moeten verdubbelen om in de NAVO-structuur te passen, zei de Poolse president Kwasniewski tegen zijn legertop. Dat zal vele miljarden dollars kosten. Dat geld kan beter worden gebruikt.

Volgens opiniepeilingen daalt het enthousiasme voor toetreding tot de NAVO in Tsjechië en Hongarije. Voor veel mensen daar is het neutrale Oostenrijk een beter voorbeeld. Dat zou Finland voor de Baltische staten moeten zijn. Finland is geen NAVO-lid, maar welvarend en onafhankelijk en stelt goede betrekkingen met Moskou voorop.

Het getij voor de uitbreiding verloopt. Bondskanselier Helmut Kohl waarschuwde op de Wehrkunde Tagung van februari 1996 voor een te snelle uitbreiding. ‘Het Westen moet oog hebben voor de positie van Rusland. Wie daar licht over denkt, bevindt zich op een dwaalweg.’ (De Telegraaf, 5-2-96).

President Jacques Chirac wil dat eerst aan Russische verlangens wordt tegemoet gekomen voordat de NAVO wordt uitgebreid.

In Amerika is hetzelfde proces aan de gang. Zeker, zwaargewichten als Henry Kissinger en de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright willen de uitbreiding. Maar Sam Nunn, de vroegere zeer gerespecteerde voorzitter van de defensie-commissie in de Senaat, heeft nooit een geheim van zijn twijfel gemaakt. Joseph Biden, nu de belangrijkste Democraat in de commissie voor buitenlandse zaken van de Senaat, koestert ook bedenkingen.

Uitbreiding van de NAVO moet door de Senaat met tweederde meerderheid worden geratificeerd. Als de NAVO tot uitbreiding zou besluiten, maar die uitbreiding zou niet door de Senaat worden geratificeerd, zou dat een regelrechte ramp zijn.

Is er een alternatief voor uitbreiding? Zeker. Ten eerste het Partnerschap voor Vrede. Dat is geen fopspeen. Het biedt Oost-Europese partners de kans in NAVO-activiteiten deel te nemen zonder lid te zijn.

Ten tweede lidmaatschap van de Europese Unie. Die zal de Oost-Europese staten het kader voor stabiliteit geven. Toetreding tot de EU zal nog vijf à tien jaren duren, maar zo lang kan het Russische leger toch geen pap zeggen.

Mocht Rusland in de verdere toekomst terugvallen op oude expansionistische reflexen, is er altijd nog tijd om te bezien wat de NAVO moet doen.

In mei 1990 zei George Kennan: ‘Het is onverstandig voor een grootmacht gebruik te maken van de tijdelijke zwakte of verwarring van een andere grootmacht om haar concessies af te dwingen die zij onder normale omstandigheden nooit zou hebben gedaan’.

Kortom: een kosten/baten analyse van de NAVO-uitbreiding is zwaar negatief. Zij dient geen strategisch doel en verstoort de verhouding met Rusland onnodig. Zij roept de gevaren op die zij juist wenst te bezweren. Niet doen.

Frits Bolkestein is voorzitter van de Tweede-Kamerfractie van de VVD.

***

Ik geef de brief integraal weer omdat hij klinkt als een tijdcapsule die uit een andere eeuw tot ons komt. Letterlijk is dat ook zo: de brief is zeventien jaar onderweg geweest en herinnert ons eraan hoeveel op veiligheidsgebied in die tijd veranderd is. Sinds de publicatie van Bolkesteins brief in de Volkskrant van 8 februari 1997 zijn de volgende landen tot de NAVO toegetreden:

  • in 1999 Polen, Hongarije en de Tsjechische Republiek;
  • in 2004 Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije, Bulgarije en Roemenië;
  • in 2009 Albanië en Kroatië.

Dit is dus het antwoord van het westen op de door Bolkestein gestelde vraag welke lange-termijnverhouding met Rusland West-Europa moet nastreven. De keuze die hij zelf bepleitte lag besloten in de retorische vraag die hierop volgde: “Is dit het ogenblik om de Russen te vernederen en in een hoek te drijven door de NAVO uit te breiden tot aan de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie?”

Wat doen we hiermee anno 2014? De klok valt niet terug te draaien: in 1997 kon hij al niet meer worden stilgezet. ‘De Polen afwijzen is moeilijk,’ schreef Bolkestein toen.  Maar als Polen in de NAVO werd opgenomen voorspelde hij dat het nog veel moeilijker zou zijn de Baltische staten buiten de deur te houden. Dat is allemaal uitgekomen en daardoor omvat de NAVO nu niet alleen zes voormalige leden van het Warschaupact maar ook drie deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie.

Het kwaad is geschied, de vernedering van Rusland die Bolkestein vreesde is door Poetin haarscherp geregistreerd  en wordt door hem naar believen opgeklopt om het grensgebied tussen Rusland en het westen blijvend gedestabiliseerd te houden. Wat heeft het dan nog voor zin dat wij begrip voor Ruslands omsingelingstrauma tonen om de sfeer tussen de Russen en ons te verbeteren? Poetin zelf zal ons er niet dankbaar voor zijn, want die moet het juist van dat trauma hebben om zijn politieke doeleinden te verwezenlijken. Maar het is wel in ons eigen belang dat wij ophouden onze oppervlakkige beschrijving van de gebeurtenissen van 1989 en 1990 als de enig juiste te beschouwen.

Zo zouden wij er goed aan doen tenminste twee stellingen af te zweren:

  1. dat de NAVO een defensieve organisatie is en Rusland daarom geen reden heeft voor enige vrees door haar te worden omsingeld. Dit is een absurd argument, door Bolkestein al afgedaan met zijn gevleugelde uitspraak: ‘de NAVO is geen tennisclub.’
  2. dat de NAVO-uitbreidingen met instemming van Rusland hebben plaatsgevonden. Het is waar dat Gorbatsjov van het westen nooit de harde belofte heeft losgekregen dat de NAVO niet oostwaarts zou worden uitgebreid, maar dit is maar de helft van het verhaal. Dat hij op dit punt met steeds minder genoegen moest nemen berustte op de catastrofale geldnood van de Sovjet-Unie. Het westen heeft daar bewust en zonder scrupules gebruik van gemaakt. Mary Elise Sarotte citeert in haar eerder genoemde essay Amerika’s toenmalige plaatsvervangend National Security Adviser Robert Gates, die het proces als ‘Bribing the Soviets Out’ omschreef.

Het interessante van deze twee stellingen is dat ze formeel wel juist zijn, maar dat ze het in de globale perceptie kansloos afleggen tegen de overtuiging van vrijwel iedere Rus, van Poetin in het Kremlin tot aan de Moskouse man-in-de-straat, dat het westen in 1990 alles in zijn voordeel heeft geregeld door misbruik te maken van het feit dat de Sovjet-Unie toen verzwakt, verarmd en uitgespeeld was.

Wij snijden ons in eigen vlees door aan deze beide stellingen vast te blijven houden. Maar als wij nu wijselijk besluiten nooit meer lichtvaardig te beweren dat van de NAVO als defensieve organisatie geen dreiging kan uitgaan en dat Rusland met alle uitbreidingen van de NAVO heeft ingestemd, zou dat in Moskou als een concessie aan Poetin kunnen overkomen. Dat kan natuurlijk nooit onze bedoeling zijn. Wij willen alleen tot een meer genuanceerd en minder wereldvreemd oordeel komen, waardoor het Poetin minder gemakkelijk wordt gemaakt  ons in de Russische media als onverbeterlijke Ruslandhaters (‘fascisten’ heet dat tegenwoordig) weg te zetten.  Dat zijn we namelijk allerminst. Wij hebben om talloze redenen respect voor Rusland en blijven het Rode Leger er eeuwig dankbaar voor dat het op 2 februari 1943 in Stalingrad ten koste van enorme offers de basis voor de geallieerde overwinning in de Tweede Wereldoorlog en onze bevrijding heeft gelegd, maar wij kunnen in 2014 met de beste wil van de wereld geen begrip opbrengen voor Ruslands militaire interventie in Oekraïne en zijn streven dat land te destabiliseren.

De tegenstelling tussen haviken en duiven komt hierbij niet aan de orde. Men hoeft geen havik te zijn om op grond van alles wat Rusland sinds februari van dit jaar in Oekraïne heeft aangericht versterking van de NAVO en uitbreiding van haar presentie in de nieuwe lidstaten te bepleiten, en men hoeft geen duif te zijn om het westen aan te raden zich een realistischere en minder legalistische narrative van de periode 1989–1990 eigen te maken. Rekening houden met andermans gevoeligheden is een  onmisbaar ingrediënt van effectieve diplomatie. Maar onze erkenning dat we achteraf gezien in 1989 en 1990 wel wat meer rekening hadden kunnen houden met de Russische gevoeligheden, kan niet betekenen dat we nu geen rekening zouden hoeven te houden met de zorgen van de landen die sinds 1999 tot de NAVO zijn toegetreden nadat ze de Koude Oorlog in Sovjet knechtschap hadden doorgemaakt.