Bindende en niet-bindende referenda

Onderstaande tekst was door mij bedoeld als ingezonden brief aan NRC Handelsblad. Ik heb hem op 30 juni aan de krant voorgelegd die mij op 1 juli heeft laten weten dat de brief niet geplaatst zou worden. Daarbij werd wel de hoop uitgesproken dat ik hem nog elders kon publiceren. Hierdoor aangemoedigd heb ik besloten de brief op mijn eigen website te posten. U treft de tekst hieronder aan. De brief is niet gedateerd omdat hij niet geplaatst is. Hij is nog wel bij uitstek actueel.

———–

Rutte vraagt om hulp. Waarom eigenlijk?

In zijn beschrijving van premier Rutte’s vruchteloze pogingen om van zijn Europese collega’s hulp te krijgen bij het zoeken naar een oplossing voor het Oekraïneverdrag (NRC 29/6) wordt door uw redacteur  terloops opgemerkt dat volgens de wet het kabinet de uitslag [van het Oekraïnereferendum van 6 april] gewoon zou kunnen negeren omdat dit raadplegend is.

De website van Parlement & Politiek laat zien wat een warboel de terminologie over referenda is, maar soms is de boodschap duidelijk: referenda kunnen bindend of niet-bindend zijn. En dan in één zin: “In Nederland is een bindend referendum niet toegestaan volgens de Grondwet.”

Dat is duidelijke taal. Waarom dit zo is wordt op de site nader uitgelegd: In het parlement is een initiatiefvoorstel in behandeling voor de invoering van een ‘correctief’ referendum. Voor dit initiatief is een grondwetswijziging nodig. Het voorstel is in eerste lezing zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer aangenomen. Er moet nog een tweede lezing plaatsvinden.

Wat hieruit blijkt is dat in ons land, zolang de Grondwet niet gewijzigd is, niet-bindende  referenda naar hartelust kunnen worden gehouden, maar bindende referenda niet zijn toegestaan.  Het kan niet anders dan dat minister-president Rutte dit weet. Heeft geen enkele journalist hem ooit gevraagd  waarom hij sinds 6 april een niet-bindend referendum steeds als een bindend referendum is blijven behandelen?

Peter van Walsum
Den Haag

> Voor de volledigheid volgt hieronder ook nog mijn brief verschenen in de NRC van 28 juni, waarin ik de strijd aanbind tegen het referendum als instrument in de Nederlandse politiek. Deze brief, onder de kop ‘Referendum in de ban’ is wel door de NRC geplaatst maar om een onduidelijke reden door veel trouwe lezers van mijn website over het hoofd gezien. NRC hergebruik heeft mij nu gemachtigd de brief in kwestie (hieronder) ook integraal op mijn website te plaatsen.

NRC Handelsblad
28 juni 2016

Referendum in de ban

In Nexit? Wij zijn geen Britten (25/6) komt Joris Luyendijk tot de geruststellende conclusie dat juridische en politieke obstakels een Nederlands referendum over uittreding uit de EU “nu onwaarschijnlijk maken”.
Wel verwacht hij dat Wilders bij de verkiezingen zo’n referendum tot centraal punt zal verheffen. Mocht er een Nexitreferendum komen, dan zal het zeker hoge ogen gooien, aldus Luyendijk, “want met inhakken op ‘de elite’ kom je altijd een eind.” Toch is zijn slotconclusie dat een Nederlandse sprong in het duister op basis van waandenkbeelden, zoals in het Verenigd Koninkrijk, niet erg waarschijnlijk is.
Tegen deze analyse valt weinig in te brengen, behalve dat “nu onwaarschijnlijk” niet hetzelfde is als “ook na 15 maart 2017 onwaarschijnlijk”. Als er in Nederland vandaag verkiezingen werden gehouden zou de PVV naar men zegt als grootste partij uit de bus komen, maar er worden vandaag in Nederland geen verkiezingen gehouden, en de bestaande Nederlandse wetgeving kent geen bindende referenda. Luyendijk zwijgt over de periode tussen nu en maart 2017, maar die tijd zal toch echt door alle democratische partijen in ons parlement moeten worden benut om met grote spoed het referendum met huid en haar (bindend èn raadgevend) uit de Nederlandse wet te bannen. Het instrument is fundamenteel in strijd met ons staatsbestel; dat zal D66 inmiddels ook wel hebben ingezien. Het zal voor die partij wel even slikken zijn om haar kroonjuweel, het referendum, overboord te werpen, maar haar steun voor dat proces kan niet worden gemist. Wat onze volksvertegenwoordigers te doen staat is niet meer of minder dan de intrekking van de Wet raadgevend referendum van 1 juli 2015.

Peter van Walsum
Den Haag