Conclusies

Uit de tot nu toe van lezers ontvangen reacties trek ik de volgende voorlopige conclusies:

1. Blijkbaar is iedereen met mij van mening dat de vrije wil bestaat. Het bestaan of niet-bestaan van de vrije wil valt niet te bewijzen, maar de meeste lezers vinden, net als ik, dat hij wel moet  bestaan, omdat ze zich menselijk leven zonder vrije wil  niet kunnen voorstellen.

2. Maar lang niet iedereen is het met mij eens dat wetenschappelijk gesproken het Laplaciaanse determinisme de beste papieren heeft, en dat de vrije wil daarom ‘door de wetenschap in ieder geval niet kan worden gered.’ Sommige lezers zijn van mening dat de wetenschap tenminste kan helpen de betekenis van Laplace te relativeren. De  (bewijsbare) inherente onzekerheden in de moderne fysica  bewijzen natuurlijk niet dat er  vrije wil is, maar wel dat het bestaan van de vrije wil door de wetenschap in ieder geval niet wordt uitgesloten.

3. Er is daarom weinig steun voor mijn stelling dat wij er niet aan ontkomen op dit punt de wetenschap de wetenschap te laten en gewoon te geloven dat de vrije wil bestaat. Tegen deze stelling worden, naast de feilbaarheid van Laplace, nog de volgende argumenten aangevoerd:

a. Sommigen vinden dat ik het compatibilisme te snel en te radicaal als ‘pseudo-wetenschap’ van de hand wijs. Naar hun mening is het door de vingers zien van de onvolkomenheden van het compatibilisme nog altijd minder onwetenschappelijk dan mijn oplossing om de hele wetenschap met betrekking tot de vraag of de vrije wil bestaat te diskwalificeren en door een soort ad hoc-geloof te vervangen.

b. Anderen zien in de introductie van het geloof als middel om iets op te lossen waar de wetenschap geen raad mee weet, een gevaarlijk precedent. Daarmee raakt het hek van de dam en  wordt de weg vrijgemaakt voor allerlei andere irrationele theorieën die het op de wetenschap hebben gemunt.

Tot zover de conclusies. Misschien had ik het woord ‘geloven’ beter kunnen vermijden, omdat er in ons land al gauw te veel achter wordt gezocht.  Wat ik er vooral mee tot uitdrukking heb willen brengen is mijn scepsis ten aanzien van quasi-wetenschappelijke theorieën die onze overtuiging dat de vrije wil bestaat met de wetenschap moeten verzoenen. Dat had ook zonder dit gevoelige woord gekund. Vorig  jaar heb ik in een opiniestuk in de Volkskrant van 26 maart 2011 gesuggereerd dat degene die de vrije wil tegen het determinisme wil verdedigen, in plaats van in stilte te geloven evengoed zijn verzet luid van de daken zou kunnen schreeuwen.{1} Het komt allemaal op hetzelfde neer. Wij verzetten ons tegen een conclusie die ons door de wetenschap wordt opgedrongen, omdat met die conclusie niet te leven valt.

Maar het is niet mijn bedoeling op deze website in te gaan op alle argumenten voor en tegen de uiteenlopende wegen waarlangs het bestaan van de vrije wil aannemelijk kan worden gemaakt. In laatste instantie leiden al die wegen naar hetzelfde doel. Of wij nu geloven, of van de daken schreeuwen (het een sluit het ander niet uit) dat de vrije wil bestaat, wij doen dat omdat we niet anders kunnen en belanden al doende broederlijk vereend in het antideterministische kamp. De discussie die we daar onderling voeren is niet oninteressant maar veel minder belangrijk dan het gesprek dat wij zoeken met het kamp van het determinisme.

Ik vraag me af of er onder de lezers van deze website mensen zijn die openlijk het Laplaciaanse determinisme aanhangen.  Ik zou hen hier graag aan het woord laten, niet om ons uit te leggen waarom het determinisme wetenschappelijk meer plausibel is dan de vrije wil, want daar hoeven sommigen van ons niet meer van overtuigd te worden. Maar wat ons allen in gelijke mate zou moeten boeien is het antwoord op de vraag die ik in 2007 ook al in mijn boekje  heb gesteld: hoe gaat iemand die niet in het bestaan van de vrije wil gelooft, daar in zijn of haar dagelijks leven mee om? Deze vraag is nu belangrijker dan vijf jaar geleden, omdat er de laatste jaren wel erg  lichtvaardig over een leven zonder vrije wil geschreven is. Vaak met enige bravoure en minachting voor de lezer werd dan verkondigd dat nieuwe wetenschappelijke proeven hadden aangetoond dat de vrije wil niet bestond, dat er niets anders op zat dan daar maar aan te wennen, en dat in de maatschappij enige praktische aanpassingen, bijvoorbeeld in het strafrecht, zeker nodig zouden blijken. Hier zou ik het met een echte determinist graag over willen hebben. Want hoe gaat het dan verder? Kunnen we, als de vrije wil en de menselijke verantwoordelijkheid eenmaal als illusies zijn ontmaskerd, werkelijk met enkele aanpassingen van onze maatschappij volstaan en overigens gewoon verder leven? Of is een leven zonder vrije wil zo zinloos dat we wel in de vrije wilmoeten geloven?

De website is open. Iedereen is welkom, maar belijdende deterministen hebben voorrang.

_________________

1. Genoemd opiniestuk eindigde als volgt: “Wie gelooft dat de vrije wil bestaat doet er dus beter aan niet zijn tijd te verdoen met pogingen dat ook wetenschappelijk te bewijzen. Als hij beslist iets wil doen zou hij van de daken kunnen schreeuwen dat de stelling dat er helemaal geen vrije wil bestaat natuurlijk te gek voor woorden is. Dat lucht op, maar is nog ver verwijderd van een wetenschappelijk bewijs. In de zestiende eeuw vonden de meeste mensen het ook te gek voor woorden dat iemand oprecht kon menen dat de aarde om de zon draaide en niet omgekeerd.”
GO BACK