De oorzaak van de spanning tussen Rusland en het Westen

In een interview voor het kwartaalblad Christen Democratische Verkenningen‘In gesprek met Peter van Walsum’ – is mij gevraagd wat ik als de oorzaak zag van de huidige spanning tussen Rusland en het Westen. Omdat ik hier geen eenduidig antwoord op kon geven heb ik met de volgende vier constateringen volstaan:

1. Volgens vrijwel alle Russen zijn de spanningen te wijten aan het feit dat het Westen ten tijde van de Duitse eenwording in 1990 eerst had beloofd de NAVO niet in oostelijke richting uit te breiden, en daarna tussen 1999 en 2009 niet alleen zes voormalige leden van het Warschaupact maar ook drie deelrepublieken van de voormalige Sovjet-Unie tot de NAVO heeft toegelaten.

2. Het staat echter wel vast dat van een formele Westerse belofte tot niet-uitbreiding van de NAVO geen sprake is geweest. Dit is de conclusie van onder anderen ambassadeur Jack Matlock en professor Mary Elise Sarotte (zie op deze website het stuk van 5 oktober 2014: ‘Reactions to No Cold War II’).

3. Toch blijft het verhaal van de belofte hardnekkig de ronde doen, in de eerste plaats omdat het Kremlin daar wel voor zorgt en in de tweede plaats doordat opvallend veel mensen in het Westen van mening zijn dat – belofte of geen belofte – de NAVO meer rekening met de Russische gevoeligheden had moeten houden.

4. Daar staat weer tegenover dat in de jaren negentig de druk tot uitbreiding niet van de NAVO of NAVO-lidstaten uitging maar in de eerste plaats door Polen, de Tsjechische Republiek en Hongarije werd uitgeoefend. Onze plicht rekening te houden met Russische gevoeligheden kan natuurlijk niet betekenen dat wij geen rekening hoeven te houden met de zorgen van de landen die sinds 1999 tot de NAVO zijn toegetreden nadat ze de Koude Oorlog in Sovjet-knechtschap hadden doorgebracht.

——

De opzet van dit stuk heeft blijkbaar bij sommigen de indruk gewekt dat ik hier mijn eigen standpunt over de oorzaak van de spanning tussen Rusland en het Westen in vier stellingen had samengevat. Lezers die mij op grond daarvan hebben laten weten het met mij oneens te zijn, moet het zijn ontgaan dat de vier stellingen – die ik dan ook slechts ‘constateringen’ had genoemd – onderling strijdig zijn. Wat onder 1, 2, 3 en 4 beweerd wordt kan niet allemaal tegelijk waar zijn en dus ook niet mijn mening weergeven. De enige passage waarin ik zelf aan het woord ben is de laatste zin van het hele stuk.

De vier constateringen die samen dit websitestuk vormen, betreffen overigens maar een fractie van mijn interview  in Christen Democratische Verkenningen. De essentie daarvan laat zich nog korter samenvatten. In mijn artikel ‘No Cold War II’ van 16 september 2014. had ik de door het Westen tegen Rusland uitgevaardigde sancties op grond van Moskou’s rechtstreekse militaire interventie in Oekraïne volstrekt legitiem genoemd maar daaraan toegevoegd dat deze maatregelen ons belang beter zouden dienen als zij gepaard konden gaan met enig teken van begrip van onze kant voor Ruslands klassieke vrees voor omsingeling door het Westen. Daar ben ik sindsdien van teruggekomen. Ik zie het nu zo: Poetin zoekt de confrontatie, intimideert en provoceert waar hij kan, maar niet om een oorlog met de NAVO te ontketenen. Hij gokt kennelijk op het uitblijven van een militaire reactie van het Westen. Als hij dat klaarspeelt, heeft hij bewezen – wat dankzij zijn propagandamachine de meeste Russen toch al geloven – dat het Westen decadent, slap en bang is en dat West-Europa bovendien niet langer op de Verenigde Staten kan vertrouwen. Het ligt niet op onze weg hem daarbij te helpen. Zolang Poetin president is, kan het voor ons niet zinvol zijn voor Ruslands klassieke omsingelingsangsten begrip te tonen.