Het Oekraïne-referendum

Basis van brief aan NRC, geplaatst op 22 maart 2016

Het lijkt me een vergissing als mensen die voor het associatieverdrag zijn, op 6 april niet gaan stemmen omdat ze sowieso een meerderheid tegen het verdrag verwachten en door weg te blijven er tenminste toe kunnen bijdragen dat de vereiste 30 procent van de stemgerechtigden niet wordt gehaald. De propagandamachine van het Kremlin staat natuurlijk klaar om van elke denkbare uitslag gebruik te maken en wie Oekraïne onder deze omstandigheden een steun in de rug wil geven kan maar het beste gewoon voor goedkeuring van het verdrag stemmen.

Er is geen enkele aanleiding om hier zo nerveus over te zijn omdat het kwaad al is geschied en Nederland zich met zijn Wet raadgevend referendum van 1 juli 2015 in Oost- en Westeuropa voldoende belachelijk heeft gemaakt. Daarnaast is er weinig aan de hand. Rijksoverheid.nl legt het rustig uit: ‘De uitslag is een advies (raadgevend) en niet bindend. Het verplicht de regering niet om een wet in te trekken.’

Wat minder prominent wordt door dezelfde website verder gemeld dat er ook nog een  voorstel tot wijziging van de Grondwet om bindende correctieve referenda mogelijk te maken  op tafel ligt, dat echter nog in een tweede lezing door Tweede en Eerste Kamer moet worden behandeld.

Voorlopig hoeft er dus niets te gebeuren, maar het zou wel verstandig zijn als de heibel over het associatieverdrag met  Oekraïne werd aangegrepen om duidelijk af te spreken  dat bindende correctieve referenda in ons land niet meer aan de orde zullen zijn. Hans van Mierlo zou, als hij nog in ons midden was, al lang hebben geconstateerd dat zijn partij met het kroonjuweel van de directe democratie (het referendum) op hol geslagen was. Hij vond in 2005 het referendum over de Europese grondwet al een domme fout van D66.

Peter van Walsum
Den Haag