Met ons Russen moet je liever niet spotten

Donderdag 5 maart ontving president Poetin premier Renzi van Italië in het Kremlin, en maandag 16 maart verwelkomde hij president Atambajev van Kirgizië in het Konstantin Paleis bij St. Petersburg. Daartussen was hij zoek. Hij verscheen zondag 15 maart wel op de televisie, maar dat was niet ‘live:’ de Russische staatstelevisie zond een eerder opgenomen documentaire uit, waarin Poetin wat nakaartte over Oekraïne en de Krim en terloops opmerkte dat hij bij  de annexatie van de Krim had overwogen opdracht te geven Ruslands kernwapens in staat van paraatheid te brengen. ‘Wij waren bereid dit te doen,’ had hij gezegd.

Dat Poetin elf dagen lang onzichtbaar en ook verder ‘unaccounted for’ was, had wereldwijd een reeks van (grotendeels minder plausibele) speculaties losgemaakt, maar aan zijn buitensporige ontboezeming over de mogelijke inzet van een Russisch kernwapen (tegen Kiev, moet men wel haast aannemen, of misschien tegen Brussel als zetel van NAVO en EU tegelijk?) is buiten Rusland betrekkelijk weinig aandacht geschonken. Minister Koenders van Buitenlandse Zaken deed op 16 maart in Brussel de uitspraak van Poetin eerst af als ‘machismo’ maar zag er wel een gevaar in, omdat de spanningen in Europa er verder door zouden oplopen. Het was zaak ons er niet door te laten intimideren. Koenders noemde het Russische nucleaire tromgeroffel een van de redenen waarom hij later in de dag een ontmoeting zou hebben met NAVO secretaris-generaal Jens Stoltenberg. De tijd dat onze regering iedere uiting van Russische strijdlustigheid automatisch met een pontificale roep om deëscalatie beantwoordde ligt blijkbaar achter ons.

Misschien heeft de exorbitante televisieboodschap van Poetin ook daarom relatief weinig onrust veroorzaakt omdat we al eerder iets dergelijks hadden meegemaakt. Op 29 augustus 2014, toen de Russische interventie in Oekraïne met het geheimzinnige ‘humanitaire konvooi’ al een week in volle gang was, bracht president Poetin een bezoek aan het Seliger Nationale Jeugdforum, dat jaarlijks ten noorden van Moskou in het bovenstroomgebied van de Wolga plaatsvindt. In antwoord  op vragen van zijn jeugdige gehoor deed Poetin een uitspraak die in de Engelstalige pers meestal is weergegeven als: “It’s best not to mess with us.{1}”. Ruslands ‘partners’ deden er goed aan nooit te vergeten dat Rusland als ‘een van de grootste kernwapenstaten’ niet met zich zou laten sollen.

Ik weet niet hoe banaal Poetins woorden in het Russisch geklonken moeten hebben, maar de chef-buitenlandcorrespondent van de Sunday Telegraph, Colin Freeman, constateerde onmiddellijk dat Vladimir Poetin hier het spookbeeld van een nucleaire oorlog met het westen had opgeroepen in taal die sinds de Koude Oorlog niet was gehoord. En zelfs tijdens de Koude Oorlog nauwelijks, want ‘toen hadden maar weinig leiders in het Kremlin zelfs in tijden van de hoogst opgelopen vijandigheid ooit een directe toespeling op Ruslands kernwapenarsenaal gemaakt.’”{2}

Het interesseerde mij wat Poetin in Seliger had bezield. Tegenover een jeugdig gehoor dat hem vrijwel zonder uitzondering positief gezind was, leek zijn stoere taal mij wel te passen bij het beeld van een president die zich graag met ontbloot bovenlichaam op een paard laat fotograferen. Maar voor de zekerheid heb ik eens nagegaan hoe de betrokken passage op de Engelstalige website van het Kremlin was weergeven. Daar bleek ‘it’s best not to mess with us’ te hebben plaatsgemaakt voor de veel minder pakkende zin: ‘it is better not to enter into any potential armed conflict against us.’ De zin: ‘Let me remind you that Russia is one of the world’s biggest nuclear powers’ had de fatsoenering van de tekst overleefd.’”{3}”

Het is verleidelijk te speculeren over de vraag hoe deze tekstwijziging tot stand is gekomen. Heeft president Poetin zelf na zijn optreden beseft dat die populaire taal niet in zijn voordeel was, of heeft een moedige loyale eindredacteur het begrip ‘messing with Russia’ er op de valreep uitgegooid? Ik hield het aanvankelijk op het eerste, maar hoe heeft Poetin dan de voor- en nadelen van zijn uitspraak in de documentaire van 15 maart over het mogelijke standby van Russische kernwapens ter gelegenheid van de annexatie van de Krim ingeschat? Hij kan toch niet  gedacht hebben dat met die curieuze ontboezeming enig belang van hem of van Rusland was gediend?

Misschien wilde hij ons (het westen) angst inboezemen en daar is hij tot op zekere hoogte in geslaagd, maar die angst berust minder op de militaire macht van Rusland dan op de onberekenbaaarheid en soms totale onbegrijpelijkheid van Ruslands president. Het enige wat hij met zijn optreden op het Seliger Jeugdforum van 29 augustus en zijn rol in de documentaire van 15 maart heeft bereikt, is dat iedereen nu wel weet dat hij onbevangener over de inzet van kernwapens kan praten dan welke andere leider ook, zowel in het huidige westen als in de voormalige Sovjetunie. De enige die hem naar de kroon kan steken is misschien president Kim Jong-un van Noord-Korea, het land waarmee Rusland twee weken geleden, op 13 maart, een ‘Jaar van vriendschap’ heeft afgesloten. In Rusland wordt verwacht dat Kim Jong-un op 9 mei in Moskou de viering van de 70e verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog zal bijwonen.