Na Oekraïne nu een Oosteuropese NAVO-lidstaat?

Generaal Sir Adrian Bradshaw heeft op 20 februari in Londen voor het Royal United Services Institute (RUSI) een briefing gehouden die voorzover mij bekend in ons land niet veel aandacht heeft getrokken. Het RUSI dateert uit het midden van de negentiende eeuw en stelt zich nog steeds tot taak ‘to generate rational and free-thinking debate on issues of security and defence’. Generaal Bradshaw is als Deputy Supreme Allied Commander Europe (Plv. SACEUR) ‘second-in-command’ van de Navo strijdkrachten in Europa.

De Financial Times heeft op 20 februari een samenvatting van de briefing geplaatst onder de titel: ‘Nato must prepare for Russian attack, warns UK general.’ Het stuk is geschreven door Sam Jones, die al op 28 augustus 2014 in dezelfde krant een vooruitziend artikel aan ‘Ukraine: Russia’s new art of war’ had gewijd {1}. Mijn commentaar op de waarschuwing van Bradshaw berust geheel op het recente artikel van Jones. Het spijt mij dat ik niet ook over een rechtstreekse link naar dat artikel beschik.

Volgens Bradshaw moeten de Navo strijdkrachten zich voorbereiden op een grootschalige conventionele aanval door Rusland op een Oosteuropese lidstaat, bedoeld om de alliantie te overrompelen en grondgebied in de wacht te slepen. Enkele dagen na het akkoord van Minsk II werd hier door Bradshaw dus openlijk op de  mogelijkheid of zelfs waarschijnlijkheid van een conventioneel gewapend conflict met Rusland op Europese bodem gezinspeeld. De geallieerde strijdkrachten dienden zich dus niet alleen aan Russische ‘hybride’ militaire tactieken aan te passen, maar ook voorbereid te zijn op een openlijke invasie.

Rusland zou kunnen denken, aldus Bradshaw, dat de grootschalige conventionele troepen die het in de Krimcrisis had bewezen zeer snel te kunnen mobiliseren, in de toekomst niet alleen voor intimidatie en dwang zouden kunnen worden gebruikt maar ook om Navo grondgebied te bezetten. Daarna zou de dreiging met escalatie kunnen worden gebruikt om herstel van territoriale integriteit te verhinderen. Deze toepassing van zogenaamde ‘escalatie-dominantie’ was een klassieke Sovjet techniek.

Zo zou Rusland zich nu met de inzet van snel samengevoegde eenheden meester kunnen maken van bijvoorbeeld de Russisch sprekende Narva enclave in Estland voordat de alliantie tijd had gehad om te handelen, waardoor haar leiders voor de keus zouden worden gesteld om òf oorlog te verklaren òf de bittere pil te slikken (‘swallow their pride’) en onderhandelingen aan te gaan met een ‘escalatie dominerend’ en dus triomferend Rusland. Die zouden dan kunnen ontaarden in een strategisch conflict,’ dat, hoe onwaarschijnlijk ons dat nu ook mag voorkomen, een evidente bedreiging van ons hele bestaan vertegenwoordigt. Volgens Jones, de schrijver van het stuk, zinspeelde de generaal hier op het potentieel voor nucleaire confrontatie.

Tenslotte sprak Bradshaw in zijn briefing over de koersverandering in het beleid van de alliantie die door de Navo-top in Wales van 4-5 september 2014 was teweeggebracht. De kern daarvan wordt zoals bekend gevormd door de ‘spearhead’ brigade-sized rapid reaction force die binnen 48 uur kan worden ingezet.

Tot zover de waarschuwing van generaal Bradshaw. Ik houd mij meer dan normaal aanbevolen voor reacties van lezers. Mijn eigen reactie is dat er veel over de waarde van artikel 5 van het Noord Atlantisch Verdrag is gesproken en geschreven (bijvoorbeeld met de vraag wat er van de definitie van ‘armed attack’ overblijft in hybride oorlogvoering), maar dat Bradshaw natuurlijk gelijk heeft dat Rusland erop uit is een situatie te scheppen waarin binnen de alliantie op dit punt verlammende onenigheid kan ontstaan. Bradshaw noemt, enigszins verrassend, het Estlandse Narva, nota bene de derde stad van het land. Maar er valt altijd wel een stuk onbelangrijk Navo  grondgebied te vinden dat door Rusland kan worden aangevallen en bezet met de absolute zekerheid dat binnen de Navo onenigheid zal ontstaan over de vraag of dit tot inwerkingtreding van artikel 5 aanleiding moet geven. Een aantal leden zal dan namelijk van mening zijn dat het incident te onbetekenend is om op grond daarvan artikel 5 in te roepen, maar andere leden zullen vrezen dat op die manier het precedent van een selectieve werking van artikel 5 geschapen zal zijn. Zelf neig ik tot de mening dat het in een alliantie van 28 landen geen ramp hoeft te zijn als enkele kleinere lidstaten aarzelen of zelfs nalaten artikel 5 na te leven. Het lijkt mij van meer belang dat de besluiten van de Navo-top in Wales voortvarend worden uitgevoerd zodat de alliantie op korte termijn voorbereid zal zijn op de door Bradshaw verwachte grootschalige conventionele aanval door Rusland op één van de twaalf staten die sinds 1999 lid van de Navo zijn geworden.